Een gelote senaat: waarom we het toch moeten proberen

Submitted by webmaster on Sun, 09-12-2018 - 12:40

Loting van burgers kan op meerdere manieren. Voor een burgerjury, de meest beperkte vorm, wordt er eenmalig een groep burgers geloot die zich na een uitvoerig deliberatief proces mag uitspreken over een bepaalde kwestie. Vervolgens wordt de gelote groep ontbonden. De uitspraak heeft vaak de status van advies, waarover gekozenen en/of burgers alsnog gaan stemmen.

Aan de andere kant van het lotingsspectrum is een model denkbaar waarbij verkiezingen geheel verdwenen zijn. Zo'n systeem is bedacht door Terrill Bouricius: multibody sortition. Dit systeem bestaat uit meerdere, permanente kamers met daarin gelote burgers die na een bepaalde tijd wisselen: er komen steeds nieuwe gelote burgers. Elk van die gelote kamers heeft een eigen rol, zoals het vaststellen van beleidsprioriteiten, het voorbereiden van wetten over bepaalde onderwerpen, het stemmen over die wetten en het toezicht houden op het lotingssysteem zelf.

De beperkte vorm, de burgerjury, wordt nu al in verschillende landen ingezet, zoals de citizens' juries in Ierland en Australië. Daarentegen wordt het volledig op loting gebaseerde systeem van Bouricius nog nergens in praktijk gebracht. Wel klinkt af en toe de roep om naast een gekozen vertegenwoordiging een gelote senaat, een Citizens' Chamber, in het leven te roepen. De Senaat, in Nederland de Eerste Kamer genoemd, die oorspronkelijk in het leven is geroepen als extra aristocratische beveiliging tegen de macht van het volk, zou kunnen worden omgevormd tot een kamer die juist wordt bevolkt door een dwarsdoorsnede van het volk. Zo krijg je een hybride stelsel waarin loting en verkiezingen naast elkaar bestaan.

Zo'n gelote kamer bestaat nog nergens. Maar zou zo'n kamer van gelote burgers goed kunnen functioneren? Of is loting eigenlijk alleen geschikt in de beperktere vorm, dus als tijdelijk bestaande, op één specifiek probleem gerichte burgerjury?

Onlangs schreef lotingsonderzoeker James Fishkin hier een artikel over.
De strekking hiervan in het kort: Een gelote kamer
1) heeft te weinig kennis van zaken,
2) is gevoelig voor corruptie, en
3) kan niet het hoge deliberatieve gehalte realiseren van tijdelijke burgerjury's.

In het artikel Citizens’ chambers: towards an activism of selection by lot (december 2018)  geeft Nicholas Gruen hierop een reactie. Gruen ziet wel degelijk mogelijkheden voor een gelote kamer. Je moet een gelote kamer namelijk niet vergelijken met gelote burgerjury's, maar met de huidige, gekozen kamers, die ernstige tekortkomingen hebben. En gelote kamers zijn niet alleen mogelijk, ze zijn ook noodzakelijk, omdat burgerjury's door gekozen kamers in het leven worden geroepen en meestal slechts advies geven. Dat advies wordt nog steeds door gekozenen bekrachtigd, of verworpen. Gelote kamers zijn dus nodig om burgerjury's meer invloed te geven. Samengevat betoogt Gruen het volgende.


Is gebrek aan expertise bij gelote burgers een probleem?

  • Gekozenen hebben door hun vaak hogere opleiding weliswaar meer expertise, maar vaak ook niet alle relevante expertise in huis
  • Ook hoogopgeleiden hebben zo hun eigen blinde vlekken
  • Naast expertise is ook nederigheid en het kennen van je beperkingen van belang. Gelote burgers, die vaker lager opgeleid zullen zijn, hebben zichzelf niet met ellebogenwerk naar de top hoeven vechten, staan bij niemand in het krijt en hoeven niets te bewijzen
  • Compromisbereidheid is ook van belang
  • Ook gekozenen wijzen soms noodzakelijke externe expertise af, als hen dat zo uitkomt



Is gevoeligheid voor omkoping een probleem?

  • Juist bij gekozenen is sprake van legale, "zachte" omkoping door beloning in de vorm van een hogere politieke positie, of baan buiten de politiek
  • Juist als gekozenen uit de politiek vertrokken zijn, houden ze laagdrempelig toegang tot zittende gekozen kamerleden
  • Daarentegen zitten gelote burgers veel korter in een kamer: slechts één termijn van vaak hooguit maar een paar jaar. Een geloot kamerlid kán dus geen carrière maken en dus ook niet door carrièrekansen van bovenaf beïnvloed worden.
  • Als gelote burgers weer terugkeren naar hun gewone bestaan, worden het geen goeie lobbyisten, want ze hebben geen persoonlijke banden met een partij-elite om te belobbyen; er zitten immers weer nieuwe gelote burgers die zij niet kennen.


Blijft het deliberatieve proces gegarandeerd?
In gekozen kamers zoals de Tweede Kamer wordt vaak sowieso nog weinig zuiver inhoudelijk gediscussieerd. De gekozenen hebben hun posities immers vaak al ingenomen. Van positie veranderen, zou afwijking van de partijlijn betekenen en de carrièrekansen kunnen schaden. Maar gaan gelote burgers die een tijdje in een kamer zitten niet al gauw hetzelfde gedrag vertonen als gekozen kamerleden? Gaan individuele gelote burgers geen belangengroepen vormen, daar voorvergaderingen mee houden, coalities smeden met andere belangengroepen en zich openstellen voor lobbyisten? Dat weten we niet, want het is in de moderne geschiedenis nog niet geprobeerd, maar inderdaad, dat zou kunnen gebeuren. Maar dat gebeurt nu sowieso al, en nu hebben we de zékerheid dat er bijna nooit echt gedelibereerd, echt inhoudelijk gediscussieerd  en besloten wordt. Bovendien zouden de hierboven beschreven ongewenste processen nog steeds ten dienste komen te staan van het overtuigen van andere gelote burgers die er inhoudelijk nog niet uit zijn; iets wat bij gekozen kamerleden dus sowieso zelden voorkomt.

Wat als beide kamers, dus de gekozen en de gelote kamer, geen overeenstemming met elkaar kunnen bereiken?
Juist daarvoor moet een gelote kamer een burgerjury kunnen instellen, om zo alsnog tot een oplossing te komen.

Is een gelote kamer voldoende representatief?
Daarvoor kan er gewerkt worden met meerderheden van bijvoorbeeld 60 in plaats van 50 procent, dus met zogenaamde super majorities. Een super majority kan de mogelijkheid krijgen om in de andere, gekozen kamer een geheime herstemming te laten plaatsvinden, waardoor de partijdiscipline minder invloed heeft.